EpidemiologieGebaseerd op een onderzoek onder de volwassen Nederlandse bevolking tot 65 jaar (Nemesis-2, de Graaf et al., 2010) heeft 18,7% van de Nederlanders ooit in het leven last gehad van een depressie. Bij vrouwen komt een depressie bijna twee keer zoveel voor als bij mannen; 24,3% van de vrouwen heeft ooit in het leven last gehad van een depressie, dit percentage is bij mannen 13,1%. Het verschil tussen mannen en vrouwen is het grootst in de leeftijdscategorie 18-24 jaar. Waarom vrouwen vaker last hebben van een depressie is niet precies bekend. Er bestaan theorieën dat het te maken heeft met de hormoonhuishouding of het makkelijker praten over gevoelens waardoor vrouwen eerder geneigd zijn naar de huisarts te gaan. In het afgelopen jaar leed 5,2% van de Nederlandse bevolking tot 65 jaar aan een depressie. Het ging hier om 4,1% van de mannen en 6,3% van de vrouwen. Geschat wordt dat het afgelopen jaar in Nederland zo'n 550.000 mensen leden aan een depressie (de 'gewone' variant) en zo'n 850.000 mensen aan een vorm van depressie. Wereldwijd heeft per jaar 4-10% van de westerse bevolking te kampen met een depressie en 15-17% van de bevolking van westerse landen heeft ooit in het leven een depressie gehad. Depressies komen vaker voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. Daarnaast is onder mensen zonder een betaalde baan is het percentage dat last heeft van een depressie hoger dan onder mensen met een baan (Nemesis-2, de Graaf et al., 2010) Depressies hebben een wisselend en grillig verloop. De duur van depressieve episodes, de periode waarin zich depressieve symptomen voordoen, varieert per persoon. Ongeveer 50% van de depressieve episodes duurt korter dan 3 maanden en 20% van de episodes duurt meer dan 2 jaar. Gemiddeld duurt een episode 8 maanden. Een episode duurt vaak langer als de symptomen ernstiger zijn, voorbije episodes langer duurder en als de persoon een gebrek heeft aan sociale steun. Ook mensen met een chronische lichamelijke ziekte hebben meestal te maken met langere depressieve episodes. De kans op terugval is redelijk groot, bij 40% van de mensen met een depressie treedt binnen twee jaar een nieuwe depressie op. Bij mensen die in een ziekenhuis zijn opgenomen zijn de cijfers en vooruitzichten slechter. Zij hebben over het algemeen ernstiger symptomen, grotere beperkingen en meer kans op comorbiditeit. Van de mensen die zijn opgenomen, volgt voor 60% binnen 15 jaar opnieuw een opname voor depressie. Slechts 20% blijft vrij van nieuwe depressieve episodes. Ongeveer 10% pleegt suïcide (Bron: Trimbos Instituut)
Depressie gaat geregeld gepaard met andere klinische beelden, psychische stoornissen of klachten: Angststoornissen; vrijwel alle mensen met een depressie hebben ook last van angst. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in paniek, algemene angst of een sociale fobie. Depressie komt geregeld voor bij Anorexia Nervosa en dwangstoornissen. Ook mensen met ADHD en NLD hebben een verhoogde kans op depressieve klachten. Depressie komt ook voor in het kader van burn-out en chronische vermoeidheid. Bij persoonlijkheidsstoornissen, waaronder de Borderline persoonlijkheidsstoornis, kunnen depressieve klachten een rol spelen. Psychosen; soms is het moeilijk te onderscheiden wanneer er sprake is van een zuivere psychose of een psychotische depressie. Als niet goed te onderscheiden is of psychotische symptomen uitingen zijn van een depressie of schizofrenie, wordt ook wel gesproken van een schizoaffectieve stoornis. Rouwreactie; als er sprake is van een rouwreactie met depressieve klachten, wordt er niet gesproken van een depressie. Een rouwreactie kan wel uitmonden in een depressie afhankelijk van de ernst, duur en het verloop van de depressieve klachten. De gewone rouwreactie is dan overgegaan in een pathologische rouwreactie. |
||





