Cognitieve gedragstherapie    

Bij cognitieve gedragstherapie speelt het geheel van uw gedachten, emoties en gedrag een grote rol.

In de cognitieve gedragstherapie wordt depressie gezien als een verlies, afname of afwezigheid vn beloningen. Of de onmogelijkheid om beloningen te krijgen.

Sombere en onmachtige gevoelens kunnen leiden tot negatieve gedachten. Omgekeerd kunnen ook negatieve gedachten leiden tot sombere gevoelens. Deze spiraal wordt in deze therapie (grondlegger: Aaron Beck, in het bijzonder in zijn uitstekende boek uit 1976: Cognitive Therapy of Depression met ook Rush, Shaw, Emery) doorbroken.

Uw automatische gedachten en aannames worden met uw therapeut blootgelegd. Zo worden op logica getoetst, en anders met behulp van gedragsopdrachten op de proef gesteld.

U maakt activiteitenplanningen, met liefst leuke en hopelijk tevreden stemmende activiteiten die u uit uw patronen van 'herkauwen' moeten leiden. Zowel vooraf als achteraf geeft u per activiteit aan hoe uw stemming was, of u de activiteit goed aan kon ( 'meesterschap') en hoeveel plezier er u in had.

 

Zo leert u constant aan de hand van concrete planningen hoe u uw dagen kunt invullen, en leert u wat u goed doet en wat niet.

Elke week worden de activiteiten voor- en nabesproken. U leeft niet meer in een 'somber niets' maar wordt begeleid in een actief leven.

In veel activiteiten zult u van tevoren weinig zin hebben. Maar u zult ontdekken dat activiteiten soms meevallen, nadat u er mismoedig aan begon: dat u toch tevreden bent over een afronding, of dat u er toch plezier in had.

Per week kunnen de activiteiten plezieriger worden gemaakt, of uitgebreider, of uitdagender.

Allerlei angsten en gedachten die bij u naar boven komen rond deze activiteitenplanningen worden genoteerd en in de therapie besproken.

Cognitieve gedragstherapie is bewezen effectief bij depressie - de therapie werkt ook op sommige anderen gebieden, zoals angsten, maar blijkt voor depressie bijzonder effectief.